DE SATELLIET-GEMEENTEN VAN ST. EMILION


 

De wijngebieden van St. Emilion en Pomerol worden in het noorden afgebakend door het riviertje de Barbanne. Aan de rechterover van deze liggen de wijngaarden van Lalande-de-Pomerol en de nevengemeenten van St. Emilion. Deze keer gaan we de wijnen van deze “buren” van St. Emilion wat van naderbij bekijken. Deze nevengemeenten die men de “satellietgemeenten” is gaan noemen, bevinden zich ten noordoosten van het dorp St. Emilion zelf.

Toen men in 1935 begon met de toekenning van de “AOC’-s”, moest men ook overgaan tot de juiste afbakening van het het AOC-gebied van St. Emilion. Alhoewel de wijnen uit de omliggende gemeenten al jarenlang als St. Emilionwijnen werden verhandeld, beperkte men zich toen tot het historische rechtsgebied (“juridiction”) van St. Emilion. Aldus vielen de wijnen geproduceerd in deze gemeenten uit de mand. Logisch dat dit op veel verzet stuitte van de plaatselijke wijnboeren die hun welgekende en commerciële naam zagen verloren gaan. Na een lange strijd verkregen deze gemeenten uiteindelijk het recht de naam “St. Emilion” aan hun eigen naam toe te voegen en bovendien mochten ze dit geheel als AOC toekennen aan hun wijnen. Dit resulteerde indertijd in vijf AOC’s: Montagne, Parsac, Saint-Georges, Puisseguin en Lussac, alle uiteraard met de toevoeging van St. Emilion. De appellatie “Parsac St. Emilion” werd later, bij decreet van 24 juni 1993, afgeschaft.

Het is een regio die heel veel charme uitstraalt omwille van het landelijk, heuvelachtig gebied en door de talrijke presigieuze historische domeinen en Romaanse kerken. Hier werden al talrijke overblijselen aangetroffen van Romeinse en Gallo-Romeinse nederzettingen.

 

 

 

 

 

DE APPELLATIES


Montagne - St. Emilion

Deze tamelijk grote gemeente bevindt zich onmiddellijk ten noordoosten van St. Emilion en aan de rechteroever van de Barbanne. Sinds 1973 heeft Montagne de gemeenten Parsac en Saint-Georges opgeslorpt. Dit betekende ook dat al de wijnen uit dit gebied de AOC van Montagne St. Emilion mogen gebruiken. Zoals reeds eerder vermeld, werd de AOC van Parsac zelfs afgeschaft. Sommige wijnboeren uit Saint -Georges houden echter vast aan hun eigen benaming.

De bodem bestaat afwisselend uit kalkplateaus en hellingen met klei. De totale oppervlakte aan wijngaarden bedraagt 1600 ha en is goed voor een jaarlijkse productie van ongeveer 92000 hl. De cépage bij uitstek is uiteraard de merlot die voor 75% aanwezig is. Vervolgens treft men nog de cabernet franc (15%), de cabernet sauvignon (8%) en wat malbec en petit verdot aan (samen goed voor 2%). Er zijn ongeveer 220 wijnbouwers hier gevestigd waarvan er 23 hun druiven verkopen aan de plaatselijke coöperatieve.

 

Saint-Georges - St. Emilion

Zoals reeds gezegd is deze gemeente opgeslorpt door Montagne. Talrijke domeinen gebruiken toch het recht om hun eigen appellatie te behouden. Misschien heeft dit wel te maken (natuurlijk ook uit eigen fierheid), met hun reputatie want volgens velen bevinden zich hier wel de beste wijnhellingen en is de kwaliteit de meest homogene van de streek. Bovendien is het château Saint-Georges altijd het boegbeeld geweest van deze nevengemeenten en heeft het altijd zijn eigen AOC-status van Saint-Georges-St. Emilion behouden. De oppervlakte van deze aparte regio beslaat 185 ha en de merlot is hier ook voor 75% de toonaangevende wijstoksoort.

 

 

Puisseguin – St. Emilion.

Deze wijngaarden bevinden zich in het uiterste oosten van deze regio waar de kalkplateaus en hellingen zich verder voortzetten. De kalk en kleiachtige bodem is niet zeer diep en rust op een zeer steenrijke ondergrond. De merlot tekent hier voor 80%, de cabernet franc voor 15% en de rest is cabernet-sauvignon en malbec. De wijnbouwgebied is ongeveer 750 ha groot

 

Lussac - St. Emilion

Dit is de meest noordelijke gemeente en haar wijngaarden sluiten hier het gehele wijnbouwgebied van St. Emilion af. In het zuidoosten van de Lussac-wijngaard vindt men de beste wijngaarden die op een kleiachtig kalkplateau liggen. Meer in het noorden bevat de bodem meer klei en wordt hij ook zanderiger. De totale oppervlakte bedraagt 1450 ha en is goed voor een productie van 85000 hl per jaar.

 

 

 

Kwaliteitverschillen?

Als men uitgaat van gemiddelden, rekening houdende met allerlei factoren zoals bodem en ligging of van prognoses die uitgaan van jarenlange proefervaringen, zijn er wat theoretische bedenkingen. Montagne zou meestal tamelijk krachtige wijnen voortbrengen, Lussac eerder robuuste, Saint Georges de meest elegante en vergelijkbaar met die van St. Emilion, Puisseguin wat hardere, tanninerijkere.

Het is een feit dat uit deze regio zowel lichte, elegante als wel doortimmerde wijnen, zwakke of fijne wijnen komen. Zoals steeds is het de wijnbouwer die zijn of haar stijl en voorkeur verkiest en aansprakelijk is voor de uiteindelijke kwaliteit. De grote principes qua vinifiactie zijn door iedereen gekend. Is de wijnbouwer momenteel niet zelf een oenoloog , wordt hij er wel door eentje bijgestaan. Vraag is hoe ver je wil gaan en of het rendabel is. De laatste jaren zijn er ook grotere spelers op de plaatselijke markt gekomen zoals baron Edmond de Rotschildt of ene “star” Gerard Depardieu die tesamen met Bernard Magrez (van oa. Pape Clement en La Tour Carnet ) een formidabele wijn op de markt brengt. Zelfs anderen met speciale cuvées. Ook de Vlaamse familie Van Malderen heeft het oude château de Lussac nieuw leven ingeblazen. De prijzen van deze laatsten zijn natuurlijk navenant. Naast deze wat extravaganten met scheeftgetrokken prijzen, vindt men in deze “satelliet”-regio talrijke wijnen die een mooie kwaliteit aanbieden met aantrekkelijk prijzen en die probleemloos de kwaliteit evenaren van een St. Emilion, zelfs een grand cru. Uiteindelijk aan de wijnminnende koper om er zelf over te beslissen. De degustatie van de geselecteerde wijnen over deze ganse regio heeft ons in ieder gaval aangetoond dat er mooie kwaliteit aanwezig. Sommigen halen daarbij zelfs een hoge kwaliteit en kunnen zonder schroom naast een grand cru classé uit St. emilion staan. Proeven is de boodschap.