LUXEMBURG

Algemeen: Het Groothertogdom Luxemburg is pas sinds 1867 een onafhanlijke staat geworden, heeft een oppervlakte van 2586 m² en telt ruim 400.000 inwoners.. Het land is verdeeld in vijf toeristische streken met elk hun typisch landschap: het Gutland met als hoofdstad Luxemburg, de Ardennen, het Mullerthal (Klein Zwitserland), de Moezel en de rode aarde. Zoals in de meeste landen is de wijnbouw in Luxemburg ontstaan ten tijde van de Romeinen. Zowel van deze tijd als die van de Middeleeuwen is er weinig bekend, maar ook hier is de wijnbouw, net zoals elders, een zaak van monniken geweest.

 

Situering van de wijngaarden
 

De wijngaarden bevinden zich in het oosten van het Groothertogdom, tussen de gemeenten Wasserbillig, ten noorden, en Schengen ten zuiden en situeren zich op de linkeroever van de Moezel. Tussen deze gemeenten kan je langs de Moezel de wijnroute volgen. Je slingert van dorp naar dorp met aan de ene kant de Moezel en langs de andere kant de wijnranken, die groeien op de hellingen van de Moezelvallei. De Luxemburgse Moezel bestaat overwegend uit ten dele steile, in sommige gevallen zelfs spectaculaire hellingterreinen, die meestal gericht zijn naar het zuidoosten of zuiden. De Moezel zelf vormt de grens met Duitsland en waar de Luxemburgse Moezelwijngaard eindigt, begint de Duitse Moezelstreek. Het werk in de wijngaarden is door de steile hellingen erg zwaar. De Moezel biedt prachtige landschappen, schilderachtige wijndorpjes en ook een smakekijke keuken en goede wijn.

 

Klimaat
 

De wijngaard van het Groothertogdom is één van de meest noordelijke wijngaarden in Europa. De gemiddelde temperatuur is zowat het minimum, waaronder wijnbouw erg moeilijk wordt. Het gevolg is wel een trage rijping wat, net zoals in de Elzas, het aroma in de wijn doet toenemen.

Qua bodemgesteldheid is er een duidelijk verschil tussen het kanton Grevenmacher in het noorden en dat van Remich in het zuiden. In het noorden wordt de bodem gekenmerkt door schelpkalk en is het dal nauwer. De wijnen zijn doorgaans verfijnder en winnen na een paar jaar aan temperament. In het zuidelijker gebied vanaf Stradtbredimus, bestaat de bodem hoofdzakelijk uit keuper met kleimergel en het nu bredere dal brengt vollere en harmonieuzere, maar ook minder karakter- en temperamentvolle wijnen voort. Maar zoals steeds is het uiteindelijk de wijnbouwer die van doorslaggevende aard zal zijn voor de kwaliteit van de wijnen.

 

Produktie en producenten
 

Door haar bescheiden oppervlakte zelf, vergeleken met andere wijnlanden, is de wijnproductie van Luxemburg zo wie zo aan de lage kant, De gemiddelde opbrengst bedraagt ongeveer 140.000 hl.van bijna uitsluitend witte wijn. In de Luxemburgse wijngaarden treft men drie types van wijnbouwers aan: de coöperaties, de onafhankelijke wijnbouwers en de producenten-handelaars. De coöperaties staan voor het ogenblik in voor tweederden van de totale productie. De grootste ervan is “Vinsmoselle”, een overkoepelende coöperatieve van niet minder dan zes andere, verspreid over de ganse Moezelwijngaard. Ongeveer 300 wijnboeren zijn niet bij een coöperatieve aangesloten en doorgaans vindt men bij hen een zeer goede kwaliteit terug. De handelshuizen halen hun druiven overwegend van wijnbouwbedrijven en gecontracteerde wijnboeren

 

De wijnen en de kwaliteitsschalen
 

De wijnen worden, naar het voorbeeld van de Elzas en de Duitse wijnen, genoemd naar de gebruikte wijnstok. Overeenkomstig de Europese normen onderscheidt men tafelwijnen en kwaliteitswijnen.

De kwaliteitswijnen worden door de “Marque Nationale”-wetgeving (opgericht in 1935)  gereglementeerd. Iedere kwaliteitswijn moet op het etiket vermelden : “Moselle Luxembourgeoise, Appellation controlée”. Deze appellatie werd toegekend in 1985. Deze vermelding garandeert dat de wijn:

-         onder contole staat van de Luxemburgse overheid

-         met geen enkele andere buitenlandse wijn is gemengd

-         beantwoordt aan alle kwaliteitsnormen en ook aan die van de Europese gemeenschappen

-         van Luxemburgse herkomst is.

 

De wijnbouwer moet jaarlijks voor de geproceerde wijn een aanvraag doen om voor een bepaalde hoeveelheid wijn het “marque nationale” te krijgen. Een commissie van deskundigen proeft de wijnen en geeft aan elk staal een score. De punten, op 20, bepalen het niveau van de geproefde wijn. Na deze controle kan men de volgende vermeldingen krijgen:

  Minder dan 12, 00 punten:                        Tafelwijn

Van 12,00 tot 13,90 punten:                        Kwaliteitswijn

                        “Marque nationale – Appellation controlée”

Van 14,00 tot 15,90 punten :                        Kwaliteitswijn met vermelding: “Vin Classé”

                        “Marque nationale – Appellation controlée”

Van 16,00 tot 17,90 punten :                        Kwaliteitswijn met vermelding: “Premier cru”

                        “Marque nationale – Appellation controlée”

Van 18,00 tot 20,00 punten :                        Kwaliteitswijn met vermelding: “Grand Premier Cru”

                        “Marque nationale – Appellation controlée”

 

Sinds 1991 is er een AOC toegekend voor de schuimwijnen : Crémant de Luxembourg.

Het is alzo de enige toegelaten “crémant” buiten die van Frankrijk. Deze wijnen moeten geproduceerd worden met een tweede gisting op fles en volgens de strenge normen die ook gelden voor de “méthode traditionnelle” in de andere EU-landen.

Sinds 2001 is het aan de wijnbouwers toegelaten om ook volgende wijnen te produceren (= het recht hebben om dit op het etiket te vermelden): “vendange tardive”,” ijswijn” en “vin de paille”.

 

De druivensoorten
 

Volgende 8 druivensoorten worden onderscheiden en mogen hun naam geven aan de wijnen.

Rivaner, elbling, auxerrois, pinot blanc, pinot gris, pinot noir, riesling en gewürztraminer.

De rivaner (= muller-thurgau) is de meest aangeplante en tekent voor ongeveer 35%, terwijl de typische Luxemburgse druif de Elbling nog goed is voor zo’n 11%. Deze twee wijnen zijn heel lichte wijntjes, meestal zelfs in literflessen verkocht. De meest gezochte wijnen echter zijn diegenen die we ook kennen uit de Elzas en waarbij vooral de riesling de meest belangrijke is. Practisch al de wijnbouwers hebben deze druiven in aanplant, met uitzondering dan wel van de gewürztraminer.